Een ongedocumenteerde uit Myanmar




Ik ben dankbaar dat ik in de opvang kan blijven
Abdullah Mansur (39) houdt nog steeds hoop. Zelfs na al die jaren op de vlucht. Hij vertelt rustig en ingetogen zijn verhaal. Maar dat verhaal is alles behalve makkelijk. Hij is een van de bijna 1 miljoen Rohingya- vluchtelingen uit Myanmar. Nu verblijft hij in een 24-uursopvang in Buitenveldert. Zijn asielaanvraag is afgewezen.
Wie de afgelopen jaren het nieuws uit Myanmar (het voormalige Birma) volgde, weet dat vele Rohingya, een moslim-minderheid, de grens met Bangladesh zijn overgestoken. Op de vlucht voor het Myanmarese leger. De Rohingya worden al jarenlang gediscrimineerd en vervolgd. Na gewelddadige acties van Rohingya-opstandelingen werden complete dorpen door het leger in brand gestoken. Volgens de Verenigde Naties is er zelfs sprake van misdaden tegen de menselijkheid, met kenmerken van een genocide.

Eerder gevlucht
Abdullah vertrekt al jaren voor de grote vluchtelingenstroom. Met onder andere zijn oom steekt hij op een vlot de grensrivier met Bangladesh over. Omdat er nauwelijks goede opvang is, komt hij terecht in een zelfgemaakt hutje van bamboe en bladeren. Het is geen gemakkelijk leven. Zijn oom overlijdt tijdens hun verblijf in Bangladesh.

Auto-onderdelen
Abdullah zit niet bij de pakken neer. Hij werkt hard om te overleven. “Ik raakte bevriend met een Bengaalse jongen. Hij heeft me alles over auto’s en onderdelen geleerd. We kochten auto-onderdelen in en trokken van winkel naar winkel. We verkochten de onderdelen met winst. Zo kon ik langzaam geld bij elkaar sparen. Van het geld heb ik bij een mensensmokkelaar uiteindelijk een reis naar Europa betaald”, zegt Abdullah in goed Nederlands.

Gevaarlijke oversteek
Abdullah geeft met zijn handen de ruimte aan waarin hij met zes anderen verstopt in een containerschip de reis naar Europa maakt. Groot is het niet, een paar vierkante meter. “We zaten met zijn allen in een klein hok, er was niets, behalve een wc. Niemand mocht weten dat we aan boord waren, want als we gesnapt werden onderweg, dan zou ‘t niet goed aflopen. Ik denk dat we wel anderhalve maand onderweg zijn geweest. Maar precies weet ik het niet meer. Ook niet waar we precies aan land zijn gekomen.”

Gullit
Van Nederland weet hij helemaal niks. “Ik kende de voetballers Gullit en Davids, maar het land kende ik niet.” Hij komt na zijn asielaanvraag terecht in Gilze-Rije waar hij zijn asielprocedure moet afwachten. Helaas voor Abdullah ziet de IND onvoldoende bewijs voor zijn verhaal. “Ze deden een spraaktest. De taal van de Rohingya en een dialect van het Bengaals lijken veel op elkaar. Omdat ik zo lang in Bangladesh heb gezeten, gebruik ik af en toe Bengaalse woorden. De IND twijfelt daarom en vraagt zich af of ik misschien niet oorspronkelijk uit Bangladesh kom.” Abdullah doet daarna nieuwe verzoeken, maar die worden allemaal afgewezen.



Zwerven
Na zijn afwijzingen probeert hij andere manieren om aan een verblijfsvergunning te komen. Hij belandt onder andere in Portugal, Spanje en zelfs Polen. Maar nergens lukt het hem. Omdat het Verdrag van Dublin bepaalt dat je maar in één Europees land asiel kan aanvragen, komt Abdullah uiteindelijk weer in Nederland terecht. Daar belandt hij in vreemdelingenbewaring. Hij werkt uiteindelijk mee aan een procedure voor terugkeer.

‘Buiten schuld’
De Dienst Terugkeer en Vertrek is opgericht om uitgeprocedeerde asielzoekers te laten terugkeren. De dienst vraagt de Bengaalse en Myanmarese ambassades of zij papieren voor de reis kunnen verzorgen. Beide ambassades kunnen of willen niet meewerken. “In feite ben ik een soort van statenloos. Ik mag hier niet blijven, maar ik kan ook niet terug”, vertelt Abdullah. “Voor die gevallen is er een ‘verblijfsvergunning buiten schuld’. Ik ga nu een procedure beginnen, in de hoop eindelijk zekerheid te krijgen." Abdullah is erg blij dat de 24-uursopvang voor ongedocumenteerden er is. “Het is hier rustig en veilig, we zitten met z’n vieren op een kamer. En ik kan goed opschieten met mijn kamergenoten.”

Verdrietig
Ondanks alle tegenslag en onzekerheid is Abdullah nog steeds niet moedeloos. Eén ding vindt hij echter heel vervelend: “Elke ochtend als ik wakker word, check ik het nieuws over asielzoekers. Om te kijken of er niks negatiefs is gebeurd, zoals laatst bij die busdienst naar Ter Apel. Ik vind het verdrietig omdat wij niet allemaal zo zijn. Ik ga met iedereen goed om, en heb respect voor het land en de omgeving waarin ik leef. De mensen moeten geen problemen veroorzaken.”

Buurt
Yvonne Kruis van HVO-Querido, de organisatie die de opvang beheert, luistert aandachtig mee. Als begeleider onderhoudt ze contact met de buurt en de buren. Problemen zijn er nauwelijks. Bewoners ruimen rond het gebouw afval op en ze zorgt ervoor dat mensen niet buiten voor de deur gaan hangen. Tijdens het gesprek met Abdullah maken bewoners ook ondertussen de gemeenschappelijke ruimte schoon. “Laatst hebben we de buren nog uitgenodigd voor een feest waar een voormalig bewoonster de catering deed”, vertelt ze.

Opvanglocaties
Zoals Abdullah zijn er meer vluchtelingen. Mensen zonder verblijfspapieren, waarvan velen zijn uitgeprocedeerd, maar vaak niet terug kunnen naar hun eigen land. De gemeente wil ze een dak boven het hoofd bieden. Op verschillende plekken in de stad komen opvanglocaties, voor in totaal 500 mensen. Dit voorkomt dat mensen op straat gaan zwerven. Deze opvang is niet vrijblijvend en is voor maximaal 1,5 jaar. Na 1,5 jaar kan iemand anders een plek in de opvang krijgen. De gemeente betrekt de buurt nauw bij de plannen in onder andere begeleidingscommissies. Mensen die worden opgevangen moeten meewerken aan een oplossing voor hun situatie: of terugkeer naar eigen of een ander land, of permanent verblijf in Nederland.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten