Julius

Gelukkig

Met veel moeite ben ik hier gekomen en ga niet meer weg. Zeker niet naar de ontberingen die ik heb moeten doorstaan.  Voor de overtocht van Libië naar Italië moest ik zo’n duizend dollar neerleggen. Dan zit je met krijsende kinderen en vrouwen hutjemutje op elkaar in een lekke rubberboot. Die duizend dollar is goedkoop begreep ik later van anderen. Vanuit Turkije kost het wel zesduizend dollar en zit je twaalf dagen in zo’n varend kerkhof. Daar moet je toch niet aan denken, de vijftien uur dat ik in die schuit zat hebben mij toch al gauw een paar jaar van mijn leven gekost. Natuurlijk zint het kreng in het zicht van de haven. Gelukkig werden wij opgepikt door een reddingsboot die in de omgeving rondvoer. De vrouw naast mij verdronk met haar kind. Ik zag ze gaan, ik kon mij gelukkig vastklampen aan een reddingsboei en ontkwam aan de verdrinkingsdood.
Wij voeren levenslang over zee voordat we ergens aan land konden. Het voedsel en water raakten op. Gelukkig wist ik altijd wel iets te ritselen. Vanuit Spanje ben ik gaan liften naar het noorden naar Nederland. Daar geven ze je geld en een huis, dus daar moet je zijn. Helaas toen ik in Nederland aankwam stopten ze me in een soort inrichting met veel andere vluchtelingen. Gelukkig kwam ik wel aan mijn gerief totdat mij werd verteld dat ik terug moest naar mijn land. Gelukkig ben ik toen ontsnapt naar de hoofdstad. Daar kraak ik met medestanders leeg staande panden. Gelukkig zijn ze in de hoofdstad gek en kunnen wij onze gang blijven gaan. We hoeven zelfs niet meer te kraken maar worden ondergebracht. Ik ga naar Buitenveldert en krijg onderdak, geld en eten, maar moet werken aan mij terugkeer. Haha, mij krijgen ze niet meer weg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten